Leidingen kiezen voor ondergrondse toepassingen: materiaal, druk en diepte
Een verkeerde leidingkeuze levert vertraging op zodra bodem of legtechniek tegenvalt. Selectiecriteria op materiaal, drukklasse en legtechniek voor ondergrondse leidingen.
Leidingen kiezen voor ondergrondse infra: materiaal, druk, diepte
De sleuf is gegraven, de leiding ligt klaar om ingelast te worden, en dan blijkt de bodem net iets verontreinigder dan vooraf ingeschat. Of de legtechniek verandert halverwege van open ontgraving naar een gestuurde boring, terwijl de bestelde buis daar niet voor is ontworpen. In beide gevallen ligt het project stil, niet door een fout in het leidingwerk zelf, maar door een leidingkeuze die niet was afgestemd op de omstandigheden. Materiaal, drukklasse en legtechniek horen dan ook alle drie op tafel te liggen voordat er wordt besteld.


Wat er misgaat bij een verkeerde leidingkeuze
Een veelvoorkomend scenario: een standaard HDPE-leiding wordt besteld voor een tracé, en pas tijdens de aanleg blijkt de bodem verontreinigd volgens Kiwa-klasse II of III. Een standaard buis biedt dan onvoldoende bescherming tegen permeatie, en het project moet wachten op een leiding met een barrièrelaag. Hetzelfde gebeurt wanneer een sleufloze techniek zoals gestuurd boren wordt ingezet met een buis zonder krasvaste mantel: beschadiging tijdens het intrekken is dan een reëel risico, met een latere lekkage tot gevolg. Beide situaties zijn te voorkomen door materiaal, druk en legtechniek al bij de specificatie op elkaar af te stemmen.
Materiaal: van standaard HDPE tot beschermde uitvoeringen
Voor de meeste tracés volstaat een standaard HDPE-buis in PE100 of PE100-RC, zoals de egeplast 90 10® RC met herkenbare strepen, geschikt voor drinkwater, gas, afvalwater en industriële toepassingen, met een gecontroleerd productieproces dat de buis maatvast houdt. Ligt het tracé in verontreinigde grond, dan is een barrièrebuis nodig. De Barrier Pipe SLA® combineert een mediumvoerende buis met een aluminium diffusiedichte laag, gecertificeerd voor Kiwa-klasse II en III. De egeSmart:Leak Control 3L gaat een stap verder met dezelfde barrièrewerking, aangevuld met continue elektronische lekcontrole die bij beschadiging automatisch een alarm afgeeft.
Druk: welke drukklasse past bij de toepassing
De meeste leidingen in het Conval-assortiment zijn standaard uitgevoerd in PN16 voor water en PN10 voor gas, passend bij de meeste drinkwater- en gasnetten. Voor toepassingen met een hogere bedrijfsdruk of waar minder verbindingen gewenst zijn, biedt de HexelOne® SLM een versterkte hogedrukbuis met PN30 voor water en PN16 voor gas, geleverd op rollen tot 145 meter. Bij twijfel over de juiste drukklasse is het uitgangspunt simpel: de drukklasse van de leiding moet ruim boven de maximale bedrijfsdruk van het net liggen, niet er net onder.
Diepte en legtechniek: open sleuf of sleufloos
Bij aanleg in een open sleuf voldoet een standaard HDPE-buis in de meeste gevallen prima. Wordt gekozen voor een sleufloze techniek zoals gestuurd boren of pipecracken, dan is een buis met een krasvaste mantel nodig om beschadiging tijdens het intrekken te voorkomen. De NoDig SLM® 3.0 is hier specifiek voor ontwikkeld, met varianten voor uiteenlopende situaties: de SLM® DCT bevat een geleidingsband waarmee na het leggen gecontroleerd kan worden of er schade is ontstaan, en waarmee de leiding bij opgraven snel te lokaliseren is. Moet een bestaande leiding vernieuwd worden zonder nieuwe sleuf, dan biedt de egeLiner® uitkomst: een gevouwen HDPE-buis die door de oude leiding wordt getrokken en zo tot 40 procent minder ruimte inneemt tijdens het intrekken.

Bijzondere situaties in het kort
Verontreinigde bodem (Kiwa-klasse II/III): Barrier Pipe SLA® of egeSmart: Leak Control 3L, de laatste met continue elektronische lekdetectie.
Sleufloze aanleg (gestuurd boren, pipecracken): NoDig SLM® 3.0 of HexelOne® SLM, elk met een krasvaste mantel; de SLM® DCT voegt een geleidingsband toe waarmee na het leggen schade te controleren en de leiding snel te lokaliseren is.
Bewaking en vroegtijdige detectie: egeSmart:Data voor sensortechniek in de leiding, of egeSmart:Integrity DCS voor continue monitoring van transportleidingen.
Renovatie van een bestaande leiding zonder nieuwe sleuf: egeLiner®, voor relinen.
Hoge bedrijfsdruk of minder verbindingen gewenst: HexelOne® SLM, met PN30 voor water.
Grote diameters: egeXXL, tot 1600 mm.
Hoe herken je het verschil?
Een rechte draad laat zich over vrijwel de volledige lengte soepel indraaien, omdat de diameter overal gelijk blijft. De uiteindelijke afdichting vindt plaats tegen een vlak met een pakking of O-ring. Een conische draad wordt juist merkbaar stroever naarmate deze verder wordt ingedraaid. Dat komt doordat de draad taps toeloopt en zichzelf steeds verder vastklemt. Hierdoor is ook de eindpositie van een fitting of kraan niet vrij te kiezen

Terminologie en normen
In technische documentatie wordt rechte draad aangeduid als G-draad (BSPP), genormeerd volgens EN ISO 228-1. Conische draad staat bekend als R-draad voor de buitendraad en Rc-draad voor de binnendraad (BSPT), genormeerd volgens EN 10226, gebaseerd op ISO 7-1. Het onderscheid tussen beide normen komt neer op precies het verschil dat hierboven beschreven staat: G-draad heeft volgens de norm geen afdichtende functie en vereist een afzonderlijke pakking of afdichting, terwijl R-draad bedoeld is om op de draad zelf af te dichten in combinatie met een geschikt draadafdichtmiddel. Deze aanduidingen zijn nuttig om te herkennen op een tekening of specificatie, ook wanneer de termen ‘conisch’ of ‘recht’ niet expliciet worden genoemd.
Conval denkt mee
Wij produceren draadfittingen, neusstukken en kraanverlengstukken met binnen-, buiten- of warteldraad, leverbaar in zowel conische als cilindrische uitvoering. Onze fittingen voldoen aan het KIWA-keurmerk BRL-K623 en de toegepaste messingsoorten voldoen aan de 4MS-Twijfel over de juiste combinatie van materiaal, drukklasse en legtechniek voor een specifiek tracé? De technisch adviseurs van Conval denken graag mee bij de specificatie, zodat een project niet halverwege stilvalt door een leidingkeuze die niet aansloot op de bodem of de legtechniek.
Twijfel over welke leiding beste past bij een specifieke aansluiting? De technisch adviseurs van Conval denken graag mee.